ENOUGH

We produceren nu al meer dan genoeg voedsel voor alle zeven miljard aardbewoners, maar verspillen daar helaas nog een groot gedeelte van. Onze taak voor de toekomst is om bewuster met ons eten, onze landbouwgrond en de voedselketen om te gaan. Zo gaan we alternatief veevoer ontwikkelen waar geen oerwouden meer gekapt voor hoeven te worden. Hierdoor blijft er meer bos en landbouwoppervlak over in opkomende economieën. Door gezondere geautomatiseerde systemen voor veeteelt te bedenken is er veel minder kans op uitbraak van dierziektes, en zorgen we ervoor dat dieren een langer en gezonder leven hebben.

We zullen steeds vaker op onverwachte plekken landbouwgrond gaan ontdekken. Je hebt niet altijd veel grond nodig om te kunnen boeren. Er komen steeds meer technieken bij die ons in staat stellen om niet alleen in de breedte te verbouwen, maar ook de hoogte in, in bijvoorbeeld flatgebouwen. Verticaal boeren in de stad is een manier om ons dichter bij ons eten te brengen. En we gaan als Nederlanders voedsel proberen te produceren op water. Ditmaal niet door land in te polderen, maar door te investeren in drijvende veeteelt. Een uitkomst voor laagliggende gebieden overal ter wereld.

Als we zuiniger, efficiënter én slimmer met onze voedselketen omgaan blijft er meer voedsel over voor iedereen, waar je ook woont. Zo verandert een overvloed voor de afvalbak in een overvloed aan eten voor iedereen.

Designer

Deelnemers

Jago van Bergen

Van Bergen en Kolpa Architecten
Jago van Bergen en Evert Kolpa richten zich op bouwrealisaties, visieontwikkeling en onderzoek. Alle projecten worden gekarakteriseerd door krachtige concepten, gebaseerd op breed onderzoek vertaald in heldere ruimtelijke ontwerpen.
Centraal in de werkwijze staat het vormen van een balans tussen programma, landschap en natuurlijke bronnen. De balans is een dynamisch systeem: een schaalloze ecologie die programma’s aan ruimtelijke condities kan verbinden. Op deze wijze wordt in het ontwerpproces op inventieve wijze de ogenschijnlijke tegenstellingen tussen de opdracht, technische mogelijkheden en de context positief benut. De ruimtelijke vertalingen van deze processen genereren nieuwe typologieën voor stad, gebouw en landschap. Dit maakt de verbeeldingskracht van architectuur, in een tijd van duurzaam en meervoudig ruimtegebruik, van wezenlijk belang en zeer relevant voor de toekomst.

De vraag naar zuivel zal in de toekomst verdubbelen en deze groei komt voornamelijk uit opkomende markten. Maar de huidige zuivelproductie in ontwikkelingslanden is nog helemaal niet toegerust op zo’n sprong. Vier op de vijf zuivelboeren in ontwikkelingslanden hebben zo’n klein bedrijf dat ze zelfs nog niet volledig kunnen rondkomen van hun zuivelbusiness.

smart | dairy wil dit veranderen door deze boeren bij elkaar te brengen en ze samen de tools te bieden om te groeien en sterker te worden. Neem bijvoorbeeld de Farm-in-the-Box, een simpele modulaire schuur die de boer zelf in elkaar kan zetten. Met daarin een Smart Box: een plug-and-playsysteem met alles wat je nodig hebt voor een zuivelboerderij waaronder melkapparatuur, sensoren, datacentra en energiemanagement.

De eerste vier smart | dairy boerderijen worden in juni 2016 in Kenia operationeel. Met de nieuwste technologie kunnen we alle kleine boeren verbinden in een grotere macrofarm. Klein is het nieuwe groot.

De Noordzee is door het goede beheer van de afgelopen decennia weer een gezonde zee geworden met gezonde visbestanden. Stichting Masterplan Duurzame Visserij wil echter van de Noordzee een volledig duurzame zee maken. Daarom bewegen ze individuele vissers en grotere partijen om kennis en ervaring te durven delen.

Om innovaties te testen die hieruit voortkomen, vaart er nu een pilotschip op de Noordzee dankzij steun van het Europees Visserijfonds. Deze onderzoekt bijvoorbeeld nieuwe vismethoden en ander brandstofverbruik. Samen met onder andere betere verwerkingsmethoden en het no-wasteprincipe, zodat vis en bijproducten niet meer als afval worden gezien maar als grondstof, moet dit voor duurzamere visserij zorgen.

Wat uniek is aan deze samenwerking is dat de individuele partners over hun schaduw zijn gesprongen en zo doelstellingen behaalden die alleen niet mogelijk waren. Op zee is de som meer dan het geheel der delen.

Onze steden worden steeds groter, net als de vraag naar dierlijk eiwit. Maar er is helaas steeds minder vruchtbare grond in de nabijheid van de stad en dus zijn logistiek en vervoer een knelpunt. Zuivelproductie in de stad lijkt de oplossing om het productieproces en het product van begin af aan dichterbij de uiteindelijke gebruiker te krijgen. Maar hoe?

Het antwoord ligt in stallen óp het water: de enige beschikbare en betaalbare ruimte in steden. De meeste steden liggen aan zee of aan een riviermonding, en we weten steeds meer over drijvend bouwen door het stijgen van de zeespiegel.

Floating Farm wil daarom een volledig circulair melkveebedrijf realiseren, drijvend in de haven. Binnen dit initiatief wordt gebruik gemaakt van kennis uit de agro- en maritieme technologie, en wordt high tech (voederproductie, mestverwerking, waterzuivering) gecombineerd met natuurlijkheid en diervriendelijkheid (vrije uitloop, koeien met kalveren). Zo brengt Floating Farm voedsel letterlijk weer dichter bij de stedeling.

Omdat de antibioticaresistentie wereldwijd toeneemt is het zaak daar iets tegen te doen. In Nederland wordt in de vee-industrie gelukkig al veel minder antibiotica gebruikt: sinds 2009 is de hoeveelheid in deze sector gehalveerd.

Om de antibiotica in de varkenshouderij zoveel mogelijk uit te bannen heeft MS Schippers iets nieuws uitgevonden: de Hy-Care. Een grote bak die zich nog het best laat vergelijken met een varkensappartementje. Biggetjes liggen er met hun moeder in en worden apart gehouden van de rest van de dieren. Zo is de leefomgeving ook meteen rustiger.

De bakken staan in een stellage boven elkaar en kunnen volautomatisch naar de boer worden gebracht voor inspectie. Zo komen de varkens naar de boer in plaats van andersom. Het is misschien even wennen omdat het niet meer lijkt op een ouderwetse stal, maar het is veiliger, efficiënter en veel fijner voor de varkensfamilie.

Insecten zijn een deel van het natuurlijk voedingspatroon van de dieren die we nu als vee gebruiken. Waarom zouden we dus soja importeren of de zeeën leegvissen voor visonderdelen als we onze dieren ook op een kosteneffectieve en duurzame manier kunnen voeden?

Protix is het gelukt om insecten en insectenvoedingsstoffen te produceren die een alternatief vormen voor de huidige diervoederpraktijk. Ze hebben de insectenproductie weten op te schalen naar een commerciële industrie die werkt met grote spelers in de veesector.

En het beste gedeelte? Insecten worden gevoerd met organisch restmateriaal van plantresten en verbruiken weinig water. Insectenvoedingsstoffen kunnen dus overal op de planeet worden gemaakt. Daarbij blijkt uit de eerste testen dat het voeren van insecten aan onze veestapel de dieren gezonder maakt waardoor we op de lange termijn minder antibiotica hoeven te gebruiken.

Als derde voedingsgewas van de wereld heeft de aardappel een goede voedingswaarde en is ze een efficiënte bron van energie. Nederlandse aardappelrassen worden over de hele wereld gegeten. Maar deze rassen zijn niet altijd geschikt als antwoord op de uitdagingen van de toekomst.

Solynta heeft een nieuwe hybride veredelingsmethode ontwikkeld, waardoor ze veel sneller nieuwe rassen met nieuwe eigenschappen kunnen maken. Hierbij worden waardevolle eigenschappen uit verschillende aardappels, vaak wilde en verwante soorten, in een soort gekruist. Zo raken aardappels bijvoorbeeld beter bestand tegen klimaatverandering, en zijn er minder bestrijdingsmiddelen nodig tegen ziekten en plagen. Hierdoor zijn hybride aardappels een belangrijke bijdrage aan de toekomstige wereldvoedselvoorziening.

De huidige aardappelrassen zijn soms meer dan 100 jaar oud. Met de Solynta hybride technologie zullen nieuwe rassen veel sneller ontwikkeld en vervangen worden. Dit geeft een belangrijke impuls aan de hele aardappelketen.

Nederlanders hebben de afgelopen eeuwen slimme oplossingen moeten bedenken om met de beperkte landbouwgrond om te gaan. Hierdoor heeft Nederland in de landbouwinnovatie de wereldtop bereikt.

Agriterra vindt dat dit succes met boeren uit ontwikkelingslanden gedeeld moet worden. Daar zijn talloze ambitieuze boerencoöperaties die graag willen groeien om hun gemeenschap te ondersteunen, maar nog belangrijke kennis ontberen. En dus gaat Agriterra als specialist in boerencoöperaties daar met experts uit de Nederlandse agri- en foodsector langs. Niet om de Hollandse formule een-op-een te kopiëren, maar zodat lokale boeren deze kunnen aanpassen aan de lokale culturele gebruiken waardoor hij daar beter werkt.

Agriterra moedigt coöperaties ook aan om zich op vrouwen en jongeren te richten, zodat ook zij kunnen profiteren van de vernieuwde landbouw. Zo creëren we over de hele wereld een eerlijke en toekomstgerichte landbouwsector.