CONTINUED

Het lijkt wel alsof we in Nederland altijd precies datgene kunnen eten waar we zin in hebben. Elk product is bijna altijd beschikbaar, ongeacht waar het vandaan komt, in welk seizoen een plant gewoonlijk groeit en hoe intensief het productieproces is. Onze supermarkt is altijd vol. Maar om zoveel voedsel te kunnen produceren en naar onze borden te kunnen vervoeren, is een systeem opgebouwd waarin niet altijd zorgvuldig met onze natuurlijke hulpbronnen wordt omgegaan.

In de voedselketen verspillen we nog veel water, grond en voedsel. Omdat we inmiddels met miljarden mensen zijn, kunnen we het ons steeds minder permitteren om op deze manier met de aarde en ons landschap om te gaan. Het gevaar is namelijk dat er niet genoeg overblijft om onze kinderen en kleinkinderen mee te voeden. Dit risico kun je zien als probleem, maar ook als kans die onze gezamenlijke inzet en creativiteit vergt.

Er wordt bijvoorbeeld al hard nagedacht over bijvoorbeeld aantrekkelijke alternatieven voor dierlijke eiwitten, die duurzamer zullen zijn, maar even lekker. Ook zullen we steeds slimmer gebruik maken van natuurlijke bronnen en reststromen. Wat als voedselresten altijd hun weg zouden vinden naar nieuwe producten, zoals soepen of diervoeders, in plaats van te worden weggegooid? We kijken met een frisse blik naar wat moeder natuur ons biedt en hoe we daar nog efficiënter gebruik van kunnen maken. Afval bestaat niet; ze geeft ons juist onderdelen die we kunnen gebruiken in ontelbare nieuwe toepassingen.

Designer

Deelnemers

Koert van Mensvoort

Next Nature Network
“Onze studio ontwerpt speculatieve producten. Extrapolerend op de technologie van vandaag ontwerpen wij alvast de producten die in de toekomst mogelijk worden. Deze ontwerpen zijn (nog) niet praktisch bruikbaar, maar ze bieden wel (soms letterlijk) voer voor discussie. Eigenlijk ontwerpen we dus de discussie. We hebben onderzoek gedaan naar de mogelijke impact van kweekvlees. Wetenschappers die daarmee bezig zijn gaan er veelal vanuit dat we in de toekomst dezelfde worsten, biefstukken en hamburgers zullen gaan eten. Maar nieuwe technologie leidt ook tot nieuwe producten en zelfs nieuwe eetculturen. Deze maken wij nu al tastbaar voor een breed publiek, zodat we een bredere discussie over de wenselijkheid krijgen.”

Nederlanders drinken de meeste koffie van iedereen: gemiddeld 2,4 kopjes per dag. Maar we gooien het koffiedik vaak direct weg, terwijl het prachtig organisch materiaal is. Green Recycled Organics (GRO) heeft daar een oplossing voor.

De oprichter van GRO deed in Zimbabwe inspiratie op. Daar leerden kinderen voedsel verbouwen op organisch restmateriaal, zoals koffiedik en maisresten. Dit leverde hoogwaardig voedsel op voor de lokale gemeenschap. Terug in Nederland ontstond het idee om ook hier een dergelijk project met koffiedik op te zetten. De enorme berg koffie-afval die wij produceren, wordt gebruikt als basis voor substraat waarop paddenstoelen zoals de oesterzwammen kunnen groeien.

Er zijn gelukkig veel lokale vergelijkbare teeltinitiatieven aan het ontstaan, maar GRO kan door schaalvoordelen in heel Nederland opereren en heeft een grotere teeltcapaciteit. Zo hebben ze een prachtig prototype voor grootschalig boeren op gerecycled organisch materiaal.

Wereldwijd wordt een derde van ons voedsel verspild; een ongelooflijk groot deel. En als we in 2050 meer dan negen miljard mensen moeten voeden, moeten we zuiniger omgaan met onze grondstoffen. Dus besloten vier medewerkers van Albert Heijn voedselverspilling letterlijk én figuurlijk op de kaart te zetten. Ze openden een restaurant dat gerechten serveert die gemaakt worden met ingrediënten die anders zouden worden weggegooid.

Elke dag haalt Instock producten op die niet meer verkocht kunnen worden maar nog wel goed zijn. De koks improviseren met deze ingrediënten dagelijks een ander ontbijt, lunch en diner. Ze lanceren ook bier gebrouwen van aardappelen die anders verspild zouden worden.

Inmiddels heeft Instock al meer dan 100.000 kilo eten van de afvalbak gered. De kruisbestuiving tussen een kleine sociale start-up en een grote multinational zorgt niet alleen voor vernieuwing, maar biedt ook de mogelijkheid tot snelle groei en grote impact.

De behoefte aan vlees neem wereldwijd toe, maar het grootbrengen van de dieren kost enorm veel landoppervlak, voer en water. Als we allemaal over zouden stappen op plantaardige alternatieven kunnen we, met de huidige landbouwgrond, vier miljard extra mensen voeden. Hoe belangrijk is het om echt vlees te eten als je het verschil toch niet kan proeven?

Wageningen UR en de Vegetarische Slager hebben een nieuwe vleesvervanger ontwikkeld, die qua structuur en sappigheid niet van echt te onderscheiden is. De Shear Cell Technology werkt met een mix op basis van peulvruchten en kost daarom 70 tot 90% minder energie om te produceren dan vleesvervangers op basis van andere eiwitten.

Aan deze malse ‘Biefstuck’ komt geen dier meer aan te pas. Over een paar jaar maken we ons dagelijkse vlees misschien wel gewoon thuis met een keukenmachine.

Naar schatting wordt 5 tot 10% van alle groente en fruit in Nederland verspild vanwege hun uiterlijk of vanwege overproductie. De supermarkten denken namelijk dat wij geen kromme, dikke of kleine groenten willen. Maar de natuur maakt geen eenheidsworst. Ze maakt knobbelige aardappelen, knuffelworteltjes en tweelingtomaten. En dat zouden we moeten vieren.

Kromkommer wil dat wij smaak en gezondheid boven het uiterlijk stellen. Door gekke groente in de spotlights te zetten, proberen ze onze kwaliteitsperceptie een stukje krommer te maken. Zo organiseren ze bijvoorbeeld ludieke campagnes zoals het Bijna Waste Geweest Feest en het Gekke Groente Museum.

Daarnaast zorgen ze er op een concrete manier voor dat deze groentes weer terugkomen op ons bord. Ze hebben een eigen productlijn van gekke groentesoepen, gemaakt van kromme overblijvers. En die gekke groenten smaken misschien nog wel beter wanneer je weet dat ze door jou gered zijn van de vuilnisbak.

De wereldwijde vleesindustrie biedt ons eiwitrijk voedsel. Maar zoals we weten heeft deze industrie ook grote nadelige gevolgen: opwarming van de aarde, vervuiling en de afname van biodiversiteit zijn hier voorbeelden van. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat vlees beschikbaar blijft voor iedereen, maar dan zonder de negatieve bijeffecten?

Onderzoekers van de Universiteit Maastricht ontwikkelen op dit moment een alternatieve vleesproductiemethode. Ze nemen de stamcellen van een koe en kweken hiermee vlees in bioreactoren. Met deze revolutionaire technologie hebben ze al de eerste hamburger van kweekvlees gepresenteerd. Deze hamburger had meer dan 40 miljard cellen.

Mosa Meat richt zich op het verder ontwikkelen van de technologie, zodat we in de toekomst voedzaam en lekker vlees kunnen produceren op een manier die minder belastend is voor de planeet. Worden laboranten de boeren van de toekomst?

Één kip produceert niet zo heel veel mest. Maar met 1/3 van alle kippenmest in Nederland kun je heel creatieve dingen doen. Zo kan je met die hoeveelheid een stad zo groot als Haarlem van elektriciteit kunnen voorzien.

BMC Moerdijk produceert deze hernieuwbare energie door thermische conversie van pluimveemest. Dit bespaart enorm veel CO2 per jaar, gelijk aan 400.000 retourtjes Amsterdam-Barcelona met het vliegtuig. Ook reduceert dit veel ammoniakemissies in de landbouw.Als er zo slim met een bijproduct van kip wordt omgegaan draagt elke pluimveehouder bij aan een beter milieu een stuk minder milieubelastend.

Nadat de pluimveemest door BMC Moerdijk is verbrand blijft er as over. En ook die is nuttig omdat dit een fosfaatkaliummeststof is. Hierdoor komen de grondstoffen die de kippen tot zich nemen weer terug in de bodem en het beperkte fosfaat hergebruikt. Zo komen we weer een stapje dichterbij een volledig circulaire economie.

Agrariërs krijgen met steeds meer uitdagingen te maken. Klimaatverandering en extremer weer, maar ook de noodzaak tot een overstap naar gezondere en minder milieubelastende gewasbeschermingsmiddelen. De innovatieve ondernemers in Noord-Holland zijn op zoek gegaan naar een nieuwe oplossing die voor het eerst wordt gepresenteerd: teelt op water.

Stel je voor: drijvende slakroppen met hun wortels in het water, niet in de grond. Dit scheelt enorm in onkruidbestrijding, het risico op schimmels en de sla is ook meteen zandvrij. Door de opstelling in het water is er bovendien minder ruimte nodig, en dankzij het gebruik van speciale led-verlichting kan de sla sneller en efficiënter groeien met een lager grondstofverbruik.

Meer voedselzekerheid met hulp van minder grondstoffen en ruimte: dat zijn teelmethodes die deel uit kunnen maken van oplossingen voor de wereldvoedselproblematiek. GreenPort Noord-Holland Noord steunt agrarische bedrijven om met innovaties te komen voor ons voedselsysteem.

Jarenlang beschermden we onze gewassen door grofwerkende chemische stoffen te gebruiken. Veel plant- en diersoorten kregen het daardoor moeilijk, met grote gevolgen voor het ecosysteem.

Steeds meer mensen vragen zich af of we de natuur niet meer voor ons kunnen laten werken. Vijftig jaar geleden dacht de komkommerteler Jan Koppert hetzelfde. Hij zocht oplossingen voor zijn allergie en met creativiteit en doorzettingsvermogen heeft Koppert Biologics een biologische manier van gewasbescherming ontwikkeld dat nu in meer dan 80 landen wordt gebruikt.

Eigenlijk is deze gewasbescherming is geen nieuwe uitvinding. Het zijn namelijk hommels. En mijten. Hele specifieke hommels en mijten die perfect in staat zijn om bepaalde plagen te bestrijden. De insecten en diertjes worden met behulp van micro-organismen, biostimulanten en feromonen ingezet om onze groenten, fruit en granen te beschermen in kassen met kunstlicht.

Hommels: de beste vrienden waarvan je niet wist dat je ze had.

Bijna de hele voedselketen op onze planeet begint met een zaadje. En laat Nederland nou de grootste zadenexporteur ter wereld te zijn. Dus om een glimps van ons voedselsysteem van de toekomst op te vangen, is het zaak om te leren van Nederlandse organisaties als Plantum. Plantum veredelt gewassen om voorbereid te zijn op de uitdagingen van de toekomst, zoals klimaatverandering en nieuwe gezondheidswensen.

Op dit moment ontwikkelt Plantum nieuwe aardappelen die beter bestemd zijn tegen droogte en zout, zodat ze makkelijker geteeld kunnen worden. Ook zijn ze bijvoorbeeld bezig met het ontwikkelen van groenten die een hogere voedingswaarde hebben.

De veredelingssector in Nederland heeft een enorm hoog innovatiebudget; gemiddeld 15% van de omzet gaat naar nieuwe ontwikkelingen. Dit is hoopgevend omdat verbeteringen in het begin van de zadenketen betekent dat iedereen er uiteindelijk van kan profiteren. Van boer tot tussenhandelaar tot consument. Zo planten we zaadjes voor een betere toekomst.

Overal om je heen zie je de juice bars de grond uit gestampt worden. Groentesapjes worden steeds populairder als manier om snel goede voedingsstoffen binnen te krijgen. Maar helaas wordt er nog weinig gedaan met het goede product dat hierbij overblijft: groentepulp.

“Goed eten, dat gooi je niet weg” is een boereninzicht dat we gelukkig steeds meer herontdekken. Proverka is een groentesapspecialist die het zonde vindt om groentepulp als bijproduct te zien dat in de prullenbak moet belanden. Ze bedachten allerlei creatieve manieren om groentepulp, en dan met name wortelpulp, om te zetten in producten zoals vegetarische borrelballetjes en groentepizza’s. Op deze manier krijgen we op geheel nieuwe wijze toch onze dagelijkse behoefte aan groente binnen.

Als we al pizza’s van wortelpulp kunnen maken wordt eens temeer duidelijk dat afval niet bestaat. Met wat inspiratie en creativiteit bestaan er alleen grondstoffen voor nieuwe kansen.

Het Nederlandse talent om efficiënt te produceren kan ook negatieve bijeffecten hebben. De Nederlandse tomaat bijvoorbeeld, was midden jaren negentig aan veel kritiek onderhevig. Ze werden voornamelijk geteeld met als doel het behalen van een zo hoog mogelijke productie per vierkante meter.

Om het tij te keren teelde een kleine groep Nederlanders een nieuw tomatenras, geheel gericht op smaak: de Tasty Tom. Nu telen zes tuinders dit ras in een unieke samenwerking. Als de ene teler start met de oogst, beginnen bij een ander de plantjes net te groeien. Daardoor is de Tasty Tom het hele jaar verkrijgbaar.

De bestuiving van de tomaten vindt plaats door hommels en schadelijke insecten worden bestreden met natuurlijke vijanden, zoals sluipwespen en kwikstaarten. Dit zorgt ervoor dat Tasty Tom klaar is voor de groeiende vraag naar groenten die vol van smaak zitten en natuurlijk geproduceerd zijn.

We verspillen in ons huidige mondiale voedselsysteem zo’n derde van ons eten door slechte teelmethoden, vervoers- en opslagproblemen en producenten- en consumentenvoorkeuren.

Een probleem met een omvang van miljarden euro’s vraagt om grootschalige oplossingen. Dat doet De Verspillingsfabriek; onderdeel van het kenniscentrum in Europa op het gebied van voedselverspilling, vraagstukken over circulaire economie en vraagstukken met betrekking tot sociale innovatie.

Met inzet van mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt, maakt De Verspillingsfabriek soepen, sauzen en ragouts. De Verspillingsfabriek verzamelt, beoordeelt en verwerkt reststromen en laat zo zien dat je van verspilling goed kunt eten.